The mental game

Het is alweer twee maanden geleden dat ik nog wat deftigs gepost heb. Ik had het gewoon te druk met… klimmen. Maar het moet gezegd worden: sinds m’n trip naar Spanje in januari was de drive wel een beetje weg.

Ik ben dan maar beginnen boulderen. Enkele locals namen me mee naar een bouldergebied op een uur rijden van Wenen. Fijne graniet, fijne sfeer. Ik begreep eerst niet zoveel van het boulderen, maar na enkele keren was ik wel verknocht aan dit gebied. Mijn grootste zwakte (dacht ik) was steevast maximaalkracht. -En hier zijn goeie blokzalen, maar oh zo saai- dus nu heb ik tenminste de kans om wat aan die paparmpjes van me te doen: boulderen.

Eind maart reden we dan naar Siurana, maar om eerst wat uithouding bij te kweken zijn we een week naar Misja Pec gegaan. Over dit Sloveense gebied kan ik kort zijn: de ene achtstegraadsroute langs de andere, veel volk, spekkig en vochtig. Het deed een beetje denken aan een klimzaal. We zijn vroeger teruggekeerd omwille van de hevige regen.

Éénmaal in Siurana vielen de lijken uit de kast. Ik wist dat ik niet fit zat en dat het mentaal nooit zo goed gaat, maar ditmaal… had het niets meer met hobby of sport te maken. Ik trok het gewoon niet in mijn hoofd. In het verleden had ik het ook wel, maar nooit zo erg. Ik voel dan een soort van mentale druk, een allesoverheersend spanningsveld. En voor de mensen rondom mij… tsja, leven op voet van oorlog. (M’n vriendin en mijn vrienden hebben een oneindig engelengeduld.)

Dan wil ik er steevast de brui aan geven. Waarom moet het zo moeilijk gaan? Uiteindelijk gaat het nergens over. Gewoon lekker klimmen op wat rots. Samen met vrienden doen wat we graag doen. (privilege!) Klimmen in de natuur, ’s avonds een biertje. En toch. Toch loopt het mis in m’n hoofd.

In Siurana heb ik een week zelfs helemaal niet geklommen. De laatste zes dagen vielen alle puzzelstukjes dan toch nog samen. Éénmaal terug thuis had ik het gevoel dat ik er weer mee weggekomen ben. Nog maar eens. Maar het is wel duidelijk waar de grootste lacune zit: in mijn houten kop. Stom, want ik voel dat ik fysiek nog meer als voldoende ruimte heb om te groeien als klimmer. Bij de zwaarste routes die ik doe zit ik niet tegen m’n maximum aan te schurken. Er zit gewoon meer in. Nu heeft Nina een boek voor me gekocht: “Maximum climbing – Mental Training for Peak Performance and Optimal Experience” van Eric Hörst.

Leest lekker weg. Ik heb m’n setjes sindsdien slechts één keer door de Weense bossen gezwierd. Schoenen twee keer… wel maar één schoen. Progressie heet zoiets.

Het belangrijkste is dat ik het steeds beter herken en ook beter kan duiden. Soms lukt het me om net voor het kookpunt in te grijpen. Dan denk ik aan Jerry Moffatt. Zijn boek las ik in Siurana. Zopas klom ik nog een mooie route in Adlitzgräben, tijdens de succesvolle poging dacht ik: “yes, I feel excited. This excitement will give me this extra edge. It’s a great day, I feel great!” (je hoort dit in jezelf te zeggen met een Brits accent, bij voorkeur een van Wales).

Mentale druk (opgelegd door jezelf) blijft vaak een beetje taboe. Ik denk echter dat de overgrote meerderheid van de klimmers er onder lijdt. Ik ken er in ieder geval genoeg. De vraag blijft natuurlijk: wat doe je eraan?

Video not available

 



Comments are closed.